Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Het geschil
Beoordelingskader
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser kreeg op 1 april 2019 een jachtakte verleend, die op 14 oktober 2019 door verweerder werd ingetrokken vanwege het niet verankeren van de wapenkluis en het onbeheerd achterlaten van het wapen op het bed. Eiser stelde dat het ging om een lichte onregelmatigheid en dat een schriftelijke waarschuwing passend was, mede gezien zijn 29 jaar zonder incidenten.
De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de jachtakte een discretionaire bevoegdheid van verweerder is die terughoudend moet worden getoetst. Het enkele feit dat wetgeving niet in het voordeel van eiser uitvalt, leidt niet tot een strengere toetsing. De situatie van eiser is niet vergelijkbaar met gevallen van beknellende regelgeving zoals besproken in een reflectieprogramma van de Raad van State.
De rechtbank vond dat het niet veilig opbergen van een wapen, ook tijdelijk en op een moeilijk toegankelijke plek, een potentieel ernstig gevaar voor de samenleving vormt. Het belang van de veiligheid weegt zwaarder dan het persoonlijke belang van eiser. De omstandigheid dat elders een schriftelijke waarschuwing werd gegeven in een ernstiger geval, leidt niet tot gelijke behandeling omdat de situaties verschillen.
De rechtbank concludeert dat verweerder in redelijkheid de jachtakte mocht intrekken en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling is niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken van de jachtakte wordt ongegrond verklaard.