ECLI:NL:RBMNE:2021:1888
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in gemeente Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €426.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Utrecht, handhaafde deze waarde bij uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft de zaak behandeld op een Skype-zitting waarbij beide partijen aanwezig waren.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer betreft, bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, onderbouwd met een taxatiematrix en toelichting. De referentiewoningen zijn recent verkocht, vergelijkbaar qua type, bouwjaar, ligging en onderhoudsstaat. De verschillen zijn voldoende betrokken in de waardebepaling.
Eiser voerde onder meer aan dat de hertaxatie niet transparant was, dat referentieobjecten ongeschikt waren en dat de staat van onderhoud niet juist werd ingeschat. De rechtbank verwierp deze gronden, oordeelde dat verweerder de hertaxatie terecht heeft uitgevoerd, dat de referentiewoningen geschikt zijn en dat de onderhoudsstaat als gemiddeld mag worden aangenomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €426.000,- wordt ongegrond verklaard.