ECLI:NL:RBMNE:2021:1909
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde van twee-onder-één-kapwoning ongegrond verklaard
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een twee-onder-één-kapwoning uit 1937, gelegen aan een adres in een Nederlandse plaats. De heffingsambtenaar van de gemeente stelde de waarde voor het belastingjaar 2019 vast op €625.000,-, na bezwaar verlaagd naar €600.000,-. Eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €580.000,- voor.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder overgelegde taxatiematrix en toelichting voldoende aannemelijk maken dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type is adequaat toegepast, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte.
Eiser voerde aan dat achterstallig onderhoud en de ligging nabij een bos met overlast de waarde negatief beïnvloeden. De rechtbank acht deze argumenten onvoldoende onderbouwd en stelt vast dat de onderhoudstoestand en ligging als gemiddeld zijn gewaardeerd, wat passend is gelet op de omstandigheden en marktontwikkelingen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €625.000,- gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €625.000,- wordt ongegrond verklaard.