ECLI:NL:RBMNE:2021:1913
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Utrecht ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €250.000,- per 1 januari 2019. De gemeente had op basis van de Wet WOZ de waarde bepaald en daarop de aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. Na een ongegrond verklaring van het bezwaar door de gemeente, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de taxatiematrix en toelichting van de gemeente, waarin de waarde is bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type en met marktgegevens. De rechtbank achtte aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de gemeente rekening hield met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en bouwjaar.
Eiser voerde aan dat de gemeente onvoldoende rekening had gehouden met gedateerde voorzieningen en de bruikbaarheid van het perceel, maar deze gronden werden niet nader onderbouwd en deels niet inhoudelijk behandeld. De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de gedateerdheid van voorzieningen geen substantiële waardevermindering rechtvaardigt in de huidige markt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €250.000,- wordt ongegrond verklaard.