Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht voor het belastingjaar 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €422.000,-, maar eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €364.000,- voor, onderbouwd met een taxatierapport.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was, mede doordat een belangrijke referentiewoning onjuist was gewaardeerd qua gebruiksoppervlakte. De rechtbank oordeelde dat slechts één referentiewoning overbleef, wat onvoldoende is om de waarde te onderbouwen.
Eiser slaagde er evenmin in zijn lagere waarde aannemelijk te maken, omdat de referentiewoningen in zijn taxatierapport niet goed vergelijkbaar waren met het object. De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €393.000,-.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €393.000,- en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt dienovereenkomstig verlaagd.