ECLI:NL:RBMNE:2021:1924
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde die door verweerder is vastgesteld op €652.000,- voor de woning gelegen aan een adres te Utrecht, met waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder handhaafde deze waarde in het beroepschrift en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer betreft en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type, met gelijke bouwkundige kwaliteit en ligging, is volgens de rechtbank adequaat toegepast. De verschillen tussen de woningen zijn voldoende verdisconteerd, onder andere door correcties op verkoopdata.
Eiser voerde aan dat er referentiewoningen dichter bij de woning liggen en dat de grondstaffel ontbreekt, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder vrij is in de keuze van vergelijkingsobjecten en dat de grondstaffel pas bij grotere percelen geldt. Ook het argument over het afnemend grensnut werd verworpen omdat het verschil niet significant was.
De rechtbank concludeerde dat de beroepsgrond niet slaagt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €652.000,- wordt ongegrond verklaard.