ECLI:NL:RBMNE:2021:1930
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement in Utrecht
De zaak betreft een beroep van de eigenaar van een appartement in Utrecht tegen de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van €173.000,- voor het belastingjaar 2019. De waarde is vastgesteld op basis van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen in hetzelfde complex. De eigenaar betwist onder meer dat bij de waardebepaling rekening is gehouden met de ligging op de verdieping, het achterstallig onderhoud, het monumentale karakter en de transparantie van de taxatie.
De rechtbank overweegt dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont een zorgvuldige vergelijking met referentiewoningen, waarbij gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en onderhoudstoestand in voldoende mate zijn meegenomen. De correctie voor de Vereniging van Eigenaren en het onderhoudsniveau zijn adequaat toegelicht.
Verder oordeelt de rechtbank dat het appartement geen rijksmonument is, maar een gemeentelijk monument, wat geen waardedrukkend effect heeft. Ook is gebleken dat de gevraagde taxatiegegevens, waaronder KOUDV- en liggingsfactoren, via de taxatiematrix zijn verstrekt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €173.000,- wordt ongegrond verklaard.