ECLI:NL:RBMNE:2021:1932
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van twee-onder-een-kapwoning
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, een twee-onder-een-kapwoning uit 1964 met diverse kenmerken, gelegen op een kavel van 301 m2. De gemeente had de waarde voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op €528.000,-. Eiseres betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €483.000,- voor.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer betreft, bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen. De gemeente heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats, met marktgegevens en correcties voor verschillen in gebruiksoppervlakte en perceel.
Eiseres voerde onder meer aan dat de kubieke meters in de taxatiematrix niet kloppen en dat een van de referentiewoningen gerenoveerd is, wat de waardering beïnvloedt. De rechtbank stelde vast dat de gemeente in beroep andere referentieobjecten gebruikte en dat het nagemeten oppervlak leidend is, waarbij verkoopinformatie soms onnauwkeurig kan zijn. De vermeende stijging van de WOZ-waarde werd verklaard door de systematiek die uitgaat van gerealiseerde verkoopcijfers.
De rechtbank volgde de argumenten van de gemeente en verwierp het beroep van eiseres. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €528.000,- wordt ongegrond verklaard.