ECLI:NL:RBMNE:2021:1933
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Utrecht ongegrond verklaard
Eiser stelde beroep in tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €391.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vijf referentieobjecten in dezelfde plaats.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is correct toegepast, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en ligging. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals het aantal referentieobjecten, de waardering van het souterrain en de ligging ten opzichte van een bedrijventerrein, werden niet gegrond verklaard.
Ook de verschillen in kubieke meters tussen verkoopadvertenties en taxatiematrix werden door verweerder voldoende verklaard. De rechtbank volgde de uitleg dat verkoopmakelaars niet altijd de juiste inhoud vermelden, terwijl de gebruiksoppervlakte wel gereguleerd is. Tenslotte werd het beroep ongegrond verklaard en wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €391.000,- wordt ongegrond verklaard.