ECLI:NL:RBMNE:2021:1934
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde appartement in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement te Utrecht, vastgesteld op €478.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder handhaafde deze waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type en locatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door de vergelijkingsmethode en de toelichting op de indexering van verkoopprijzen. Eiser voerde diverse bezwaren aan, waaronder het ontbreken van controleerbare gegevens van referentieobjecten, onvoldoende correctie voor het aandeel in de VvE en het niet meenemen van achterstallig onderhoud, maar deze werden niet gemotiveerd weersproken.
Verder stelde eiser dat verweerder niet voldeed aan de informatieplicht op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ en artikel 7:4 Awb Pro door de grondstaffel en taxatiekaart niet te verstrekken. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende had voldaan aan de inzageverplichtingen door tijdige mededeling en ter inzage legging van stukken, en dat eiser hiervan geen gebruik had gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €478.000,- is ongegrond verklaard.