ECLI:NL:RBMNE:2021:1936
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van vrijstaande woning ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1950 met diverse bijgebouwen en een kavel van 675 m2, gelegen te [woonplaats]. De gemeente had de waarde voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op €837.000, welke als heffingsmaatstaf werd gebruikt voor de onroerendezaakbelasting.
Eiser voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer omdat de woning minder slaapkamers heeft dan de referentiewoningen, er sprake is van gedateerde voorzieningen en vochtoverlast, en dat de taxatiematrix onjuistheden bevat. De gemeente heeft een taxatiematrix en taxatieverslag overgelegd, waarin de waarde is bepaald via een vergelijkingsmethode met referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en kwaliteit.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De ombouw van slaapkamers en het gebruik van de gebruiksoppervlakte als maatstaf in plaats van het aantal slaapkamers is terecht. Ook is voldoende rekening gehouden met de gedateerde staat en vochtoverlast. Onjuistheden in een eerder toegezonden waarde matrix doen niet af aan de juistheid van de vastgestelde waarde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €837.000 wordt ongegrond verklaard.