ECLI:NL:RBMNE:2021:1938
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Utrecht ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een etagewoning aan een adres te Utrecht voor het belastingjaar 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €116.000,- en het bezwaar van eiser tegen deze waarde ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat verweerder de waarde heeft bepaald met de vergelijkingsmethode aan de hand van een taxatiematrix met drie referentiewoningen uit dezelfde plaats. De rechtbank acht de onderbouwing voldoende en ziet geen aanleiding om de vastgestelde waarde te verlagen tot de door eiser voorgestelde €87.000,-.
Eiser voerde aan dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd was en dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerdheid, het energielabel, en de verschillen met referentiewoningen, waaronder de grondstaffel en meetstaten. De rechtbank oordeelt dat verweerder deze aspecten wel degelijk heeft meegewogen, onder meer door aftrek voor onderhoud en voorzieningen toe te passen en dat de grondstaffel niet van toepassing is bij een etagewoning zonder grond.
Ook het betwiste verschil in bruto inhoud is niet aannemelijk gemaakt, aangezien verweerder de meetinstructie NEN 2580 heeft toegepast en dit niet gemotiveerd is betwist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €116.000,- wordt ongegrond verklaard.