ECLI:NL:RBMNE:2021:1939
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op € 693.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder heeft de waarde bepaald met behulp van een taxatiematrix en vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting tonen aan dat rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte, staat van onderhoud, ligging en doelmatigheid. Eiser heeft geen overtuigend tegenbewijs geleverd.
Verder is het beroep ongegrond verklaard omdat verweerder de waardebepaling baseerde op de bruto-inhoud van de woning, en de door eiser aangevoerde referentieobjecten niet relevant of recent verkocht waren. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De rechtbank bevestigt daarmee de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting die daarop is gebaseerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 693.000,- wordt ongegrond verklaard.