ECLI:NL:RBMNE:2021:1946
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement te Utrecht voor belastingjaar 2019
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiseres de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar appartement te Utrecht voor het belastingjaar 2019. De waarde was aanvankelijk vastgesteld op €871.000,- en na bezwaar verlaagd naar €835.000,-. Eiseres stelde beroep in tegen deze uitspraak.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix en toelichting van verweerder, waarin de waarde was bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen van hetzelfde type en bouwjaar. De rechtbank achtte aannemelijk dat de gehanteerde waarde niet te hoog was, mede omdat rekening was gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en aanwezigheid van dakterrassen.
Eiseres voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het toepassen van het afnemend grensnut, de keuze van referentieobjecten, de invloed van de VvE-reserve en proceskosten. Deze gronden werden door de rechtbank verworpen op basis van de onderbouwing van verweerder en de feitelijke gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af, behalve een kleine correctie op de reeds toegekende vergoeding. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €835.000,- wordt ongegrond verklaard.