ECLI:NL:RBMNE:2021:1948
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde vaststelling van twee appartementen in souterrain
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van twee appartementen gelegen in het souterrain van een gebouw. De aanslag onroerendezaakbelasting is gebaseerd op een waarde van € 98.000 per woning, vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum voor het belastingjaar 2019.
Eiser betoogde dat de referentieobjecten die voor de waardebepaling zijn gebruikt onvoldoende vergelijkbaar zijn, omdat de appartementen zich in een souterrain bevinden met beperkte lichttoetreding en uitzicht, wat volgens hem de waarde negatief beïnvloedt. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin drie vergelijkbare woningen uit dezelfde bouwperiode en prijsklasse zijn geselecteerd, waarbij rekening is gehouden met de mindere uitstraling en doelmatigheid van de souterrainwoningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en de toelichting tonen aan dat de waardebepaling zorgvuldig is uitgevoerd met inachtneming van relevante verschillen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 98.000 per appartement wordt ongegrond verklaard.