Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, welke is vastgesteld op € 365.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaaft deze waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De vergelijkingsmethode is correct toegepast en er is voldoende rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. De door eiser aangevoerde gedateerde voorzieningen leiden niet tot een lagere waarde omdat deze minder dan 20 jaar oud zijn.
Eiser stelde dat verweerder niet alle gevraagde gegevens had verstrekt, maar de rechtbank stelt vast dat de relevante stukken aan de gemachtigde van eiser zijn toegezonden en dat de toelichting op de KOUDV- en liggingsfactoren in de uitspraak op bezwaar is gegeven. Het verzoek van eiser om aanvullende cijfermatige onderbouwing tijdens de zitting wordt als strijdig met de goede procesorde beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.