ECLI:NL:RBMNE:2021:1950
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van gegronde partijdigheidsvrees
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter in een strafzaak, stellende dat de rechter niet onpartijdig zou zijn vanwege het niet horen van cruciale getuigen en het tutoyeren van verzoeker tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er sprake was van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter zouden kunnen schaden. Uit het dossier en de zitting bleek dat de rechter nog geen beslissing had genomen over het horen van getuigen, waardoor geen vooringenomenheid kon worden afgeleid.
Ook het tutoyeren van verzoeker werd niet als bewijs van partijdigheid gezien. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond.
De procedure in de onderliggende strafzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.