ECLI:NL:RBMNE:2021:1963
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde van crematorium met renovaties en taxatiegeschil
Eiseres, eigenaar van een crematorium bestaande uit een hoofdgebouw uit 1978 en drie kleinere aula’s, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van € 1.240.000,- op de waardepeildatum 1 januari 2018. De kern van het geschil betreft de technische levensduur van afbouw en installaties, de toepassing van een groottecorrectie op het grootste gebouwde deel en de hoogte van de restwaarden van de verschillende bouwdelen.
Verweerder heeft de waarde gebaseerd op een taxatierapport waarbij de technische levensduur van afbouw en installaties is gesteld op 20 jaar, ingaande 2011, na een grondige renovatie. De rechtbank oordeelt dat deze uitgangspunten terecht zijn, gelet op de omvangrijke renovaties en uitbreidingen in 2003, 2010 en 2017, en de onderbouwing door verweerder. De stelling van eiseres dat niet alle elementen in 2011 zijn vernieuwd, is onvoldoende gemotiveerd.
Ten aanzien van de groottecorrectie heeft de rechtbank vastgesteld dat hoewel het grootste gebouwdeel met 1.278 m2 buiten de standaardoppervlakte van 1.000 m2 valt, verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat een correctie niet nodig is vanwege vergelijkbare grotere panden met hogere prijzen per m2. Ook de door eiseres aangevoerde lagere restwaarden zijn door verweerder weerlegd met marktgegevens van vergelijkbare objecten, waaronder rouwcentra, waarop de rechtbank het standpunt van verweerder steunt.
De rechtbank concludeert dat verweerder de WOZ-waarde voldoende heeft onderbouwd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 1.240.000,- wordt ongegrond verklaard.