ECLI:NL:RBMNE:2021:2027

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 mei 2021
Publicatiedatum
14 mei 2021
Zaaknummer
UTR 20/4431
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke naheffingszaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, maar heeft het griffierecht van €48,- niet betaald. De rechtbank heeft eiser hierover op 10 januari 2021 aangetekend geïnformeerd en hem een termijn van vier weken gegeven om het griffierecht te voldoen.

Eiser heeft op 19 januari 2021 per e-mail aangegeven dat hij het griffierecht niet in verhouding acht tot de naheffing van €55,- en verzocht om kwijtschelding, waarbij hij tevens aangaf het beroep te willen intrekken indien het griffierecht niet vervalt. De rechtbank heeft op 28 januari 2021 gereageerd en gewezen op de mogelijkheid van betalingsonmacht, maar hierop heeft eiser niet gereageerd en het griffierecht is niet ontvangen.

Gezien het ontbreken van een geldige reden voor niet-betaling, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk conform artikel 8:54 Awb Pro. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 11 mei 2021 en openbaar gemaakt.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4431

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 20 november 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 10 januari 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. Op 19 januari 2021 heeft eiser een e-mail gestuurd waarin hij aangeeft dat hij het griffierecht van € 48,- niet in verhouding vindt met de opgelegde naheffing van € 55,-. Eiser zegt dat hem niet bekend was dat er griffierecht geheven zou worden. Hij verzoekt het griffierecht te laten vervallen en indien nodig trekt hij het beroep in.
6. Bij brief van 28 januari 2021 heeft de rechtbank gereageerd op het mailbericht van eiser en aangegeven dat eiser een beroep kan doen op betalingsonmacht als hij het griffierecht niet kan betalen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
8. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.