Eiser ontving sinds september 2018 een Ziektewetuitkering die per 25 november 2019 werd beëindigd omdat hij volgens verzekeringsarts en arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen met geduide functies. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege diverse fysieke en psychische klachten.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat eiser niet is verschenen bij een medisch onderzoek en dat nader onderzoek niet noodzakelijk werd geacht. De Triage-rapportage stelde dat bepaalde beperkingen niet in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren opgenomen, wat een gebrek in het besluit opleverde. Verweerder heeft dit echter nader gemotiveerd, waardoor de rechtbank het gebrek passeert.
De rechtbank acht de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd en concludeert dat eiser de geduide functies kan verrichten. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.