Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
[derde belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats 2] .
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een omgevingsvergunning voor een modelvliegclub die het perceel gebruikt in strijd met de agrarische bestemming. Verzoeker, een agrariër met naastgelegen percelen, maakte bezwaar tegen het schrappen van het voorschrift dat een minimale vlieghoogte van 20 meter buiten het terrein van de modelvliegclub voorschrijft. Verzoeker stelt dat de laag overvliegende vliegtuigen stress veroorzaken bij zijn koeien.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voorschrift is geschrapt en dat het eerdere onderzoek waarop verweerder zich baseert onvoldoende is om het voorschrift weg te laten. De rechtbank benadrukt dat het voorschrift relevant is voor een goede ruimtelijke ordening en het beschermen van het agrarisch gebruik.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen die voorschrijft dat in een bepaald deel van de vliegcirkel op ten minste 20 meter hoogte moet worden gevlogen, ook bij stijgen en landen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit om het voorschrift van een minimale vlieghoogte van 20 meter te schrappen wordt vernietigd en een voorlopige voorziening wordt toegewezen.