De rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 april 2021 een beschikking gegeven inzake de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij een pleegouder in het netwerkpleeggezin van de oma van moederszijde. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 26 februari 2022 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 26 mei 2021. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtiging voor de resterende negen maanden.
De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, verzet zich tegen de verlenging en tegen een eventuele netwerkplaatsing bij de oma. De rechtbank oordeelt dat het opgroeiperspectief van de minderjarige niet meer bij de moeder ligt, maar in het gezin van de oma. Dit oordeel is gebaseerd op het 2thepoint-onderzoek van De Rading, dat concludeert dat de moeder vanwege haar lichte verstandelijke beperking en emotionele problematiek onvoldoende in staat is om aan de opvoedingsbehoeften van de minderjarige te voldoen.
De rechtbank benadrukt dat de moeder wel de moeder blijft en dat er geïnvesteerd moet worden in een goede omgang en relatie tussen moeder en kind. De GI zal samen met de moeder een traject inzetten om de rol van moeder op afstand vorm te geven. Een contactregeling wordt voorlopig niet vastgesteld, omdat eerst het contacttraject moet worden geëvalueerd.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot uiterlijk 26 februari 2022 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af.