ECLI:NL:RBMNE:2021:2057
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens aanmerkelijke aandeelhouderspositie directeur-grootaandeelhouder
Eiseres heeft een WW-uitkering aangevraagd, maar deze werd afgewezen omdat zij als directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt beschouwd en daardoor niet verzekerd is voor de WW. Verweerder baseerde dit op de polisadministratie en de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016.
Eiseres betwistte haar status als dga en stelde dat zij een arbeidsovereenkomst had met een gezagsverhouding, wat strijdig is met de positie van dga. De rechtbank stelde vast dat eiseres statutair bestuurder was en een aanzienlijk aandeel in de vennootschap bezat, wat wijst op nevengeschiktheid met de andere aandeelhouders.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ondergeschikt was aan de andere aandeelhouders. De arbeidsovereenkomst alleen is onvoldoende bewijs van ondergeschiktheid. Daarom is de afwijzing van de WW-aanvraag terecht en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering omdat eiseres als dga wordt aangemerkt.