ECLI:NL:RBMNE:2021:206

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
16/057551-19 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak hennepteelt

De rechtbank Midden-Nederland behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van een bedrag van €87.527,52, gebaseerd op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. Betrokkene was eerder integraal vrijgesproken van het medeplegen van het telen, bewerken, verwerken, bereiden en/of het opzettelijk aanwezig hebben van 261 hennepplanten, alsmede medeplichtigheid daaraan.

Tijdens meerdere terechtzittingen, waaronder de inhoudelijke behandeling op 12 januari 2021, heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie heeft uiteindelijk tot afwijzing van de vordering gerekwireerd.

De rechtbank oordeelde dat vanwege de integrale vrijspraak niet kan worden vastgesteld dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de hennepkwekerij. Aangezien de ontnemingsvordering hierop was gebaseerd, werd de vordering tot ontneming afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht op 26 januari 2021, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis hebben gewezen.

Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen vanwege de integrale vrijspraak van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/057551-19 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[betrokkene],
geboren op [1984] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is aan de orde geweest op de terechtzittingen van 3 september 2019, 20 november 2019, 19 maart 2020, 23 juni 2020, 22 september 2020 en 12 januari 2021.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 januari 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en het standpunt van officier van justitie mr. W.B. Gaasbeek, en van hetgeen mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede, namens betrokkene, naar voren heeft gebracht.

2.VORDERING

2.1
De vordering van de officier van justitie
De vordering van de officier van justitie d.d. 29 juli 2019 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 87.527,52 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Ter terechtzitting van 12 januari 2021 heeft de officier van justitie tot afwijzing van de vordering gerekwireerd.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de vordering af te wijzen.
2.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij vonnis van 26 januari 2021 heeft deze rechtbank betrokkene vrijgesproken van (primair) het (medeplegen van) telen/bewerken/verwerken/bereiden en/of opzettelijk aanwezig hebben
van 261 hennepplanten en (subsidiair) de medeplichtigheid daaraan. Gelet op deze integrale vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de bedoelde hennepkwekerij. Omdat de ontnemingsvordering is gebaseerd op de wederrechtelijk genoten inkomsten uit die kwekerij zal de rechtbank de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

3.BESLISSING

De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Riani el Achhab, voorzitter, mrs. E.W.A. Vonk en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Soeteman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2021.
Mr. Riani el Achhab en mr Janssens zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.