ECLI:NL:RBMNE:2021:2067
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van huurprijsverhoging bij geliberaliseerde woonruimte en acceptatie door huurder
De zaak betreft een geschil over de redelijkheid van een voorstel tot huurprijsverhoging van een vrije sector woning in Utrecht. De verhuurder, een BV, wil de huur verhogen van €1.272,23 naar €1.600 per maand, met een overgangsperiode via €1.500 per maand. De huurders weigeren dit voorstel.
De verhuurder baseert haar voorstel op een taxatierapport van een makelaarskantoor dat vergelijkbare woningen in de omgeving als referentie gebruikt. De huurders betwisten de vergelijkbaarheid van de referentieobjecten en stellen dat de huurprijsverhoging onredelijk is vanwege de marktomstandigheden en persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter stelt vast dat het voorstel qua hoogte redelijk is, omdat het aansluit bij de huurprijzen van vergelijkbare vrije sector woningen en de huurders geen onderbouwing geven dat zij de huur niet kunnen betalen. Wel is de voorgestelde ingangsdatum van 1 januari 2020 onredelijk vanwege de wettelijke beperking van huurverhogingen eenmaal per twaalf maanden en het belang van een redelijke overgangsperiode.
De verklaring voor recht wordt daarom deels toegewezen: het voorstel is redelijk voor de huurverhoging per 1 januari 2021 naar €1.600, maar niet voor de eerdere datum. De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het voorstel tot huurprijsverhoging naar €1.600 per maand per 1 januari 2021 is redelijk, maar de voorgestelde ingangsdatum 1 januari 2020 is onredelijk; de huurovereenkomst wordt niet beëindigd.