ECLI:NL:RBMNE:2021:2117

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
19 mei 2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 4271
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet openbaarheid van bestuur
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tot openbaarmaking Wob-stukken wegens ontbreken zwaarwegend spoedeisend belang

Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om bepaalde informatie openbaar te maken. Verweerder, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Dienst Terugkeer en Vertrek, heeft dit verzoek niet in behandeling genomen en opgevat als een verzoek om informatie, waarop verzoeker bezwaar heeft gemaakt.

Verzoeker heeft vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om openbaarmaking van de gevraagde stukken, met als argument dat deze informatie nodig is voor zijn lopende asielprocedure in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening die inhoudt dat stukken openbaar worden gemaakt een onomkeerbaar karakter heeft en feitelijk een beslissing op de zaak inhoudt, waardoor deze alleen kan worden toegewezen bij ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit en een zeer zwaarwegend spoedeisend belang.

De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat verzoeker een dergelijk zwaarwegend spoedeisend belang heeft. Het persoonlijke belang van verzoeker bij het verkrijgen van de stukken voor zijn asielprocedure is onvoldoende om onmiddellijke openbaarmaking te gelasten. Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig. Verzoeker kan zijn bezwaar afwachten en eventueel hoger beroep instellen.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt verzoeker vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot openbaarmaking van Wob-stukken wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4271

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 april 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , verblijvend te [vestigingsplaats] (V-nummer: [V-nummer] ), verzoeker

(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Dienst Terugkeer en Vertrek, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2020 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat hij het verzoek van verzoeker op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) niet in behandeling neemt en opvat als verzoek om informatie.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Verzoeker heeft gevraagd te worden vrijgesteld van het betalen van griffierecht omdat hij dit niet kan betalen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe op basis van de door verzoeker verstrekte informatie op het formulier betalingsonmacht.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist.
Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat aan verweerder wordt opgedragen om de informatie die hij heeft gevraagd in zijn Wob-verzoek alsnog bekend te maken. Het spoedeisend belang bij deze gevraagde voorziening is volgens verzoeker gelegen in zijn lopende asielprocedure. Deze bevindt zich in de hoger-beroepsfase bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en de verwachting is dat de ABRvS ergens in de komende weken tot maanden tot een beslissing komt op het ingediende hoger beroep van verzoeker. Verzoeker wil de in zijn Wob-verzoek gevraagde informatie alsnog kunnen overleggen in hoger beroep.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Een verzoek om voorlopige voorziening waarin wordt gevraagd om openbaarmaking van de gevraagde stukken komt niet snel voor toewijzing in aanmerking, omdat een dergelijke voorziening een onomkeerbaar karakter heeft en feitelijk een beslissing van het geschil ten gronde inhoudt die de uitkomst van de procedure in bezwaar en eventueel in (hoger) beroep zinloos zou maken. Voor toewijzing van een dergelijk verzoek is in beginsel alleen plaats als ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het besluit én er een zeer zwaarwegend spoedeisend belang is dat het treffen van een dergelijke voorziening noodzakelijk maakt.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker een zeer zwaarwegend spoedeisend belang in dit geval niet aannemelijk heeft gemaakt. Dat verzoeker de door hem gevraagde stukken nodig heeft om in het hoger beroep van zijn asielprocedure in te dienen, betreft een persoonlijk belang dat geen reden kan vormen om in dit verband onmiddellijke openbaarmaking te gelasten.
8. Dit is verder geen situatie waarin voor de voorzieningenrechter op voorhand duidelijk is dat het besluit om de gevraagde stukken niet openbaar te maken onrechtmatig is. Verzoeker heeft bezwaren naar voren gebracht en verweerder zal hierop moeten reageren in een beslissing op bezwaar. Het kan zijn dat verzoeker gelijk krijgt in bezwaar, maar dat is dus niet evident. Ook ziet de voorzieningenrechter aan de kant van verzoeker geen belangen die zo zwaar wegen dat de gevraagde voorziening om die reden moet worden toegewezen. Voor zover verzoeker vindt dat de wijze waarop zijn asielverzoek is behandeld door verweerder getuigt van vooringenomenheid, overweegt de voorzieningenrechter dat hij dit kan aanvoeren in de hiervoor genoemde hoger-beroepsprocedure. Verzoeker zal de behandeling van het bezwaar door verweerder moeten afwachten.
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.H.W. Schierbeek, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 29 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is verhinderddeze uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.