Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster(gemachtigde: mr. D.A.J. Spierings),
(gemachtigde: mr. D. van Tilborg).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Utrecht om haar zoon, een 8-jarige leerling van groep vier, onmiddellijk te verwijderen van de reguliere basisschool wegens handelingsverlegenheid.
De school heeft alle beschikbare begeleidingsmogelijkheden ingezet, waaronder verlengde instructie, eigen leerlijn, externe deskundige ondersteuning en een ontwikkelingsperspectief. Desondanks is de leerachterstand van de leerling verder opgelopen en wordt hij overvraagd, wat zijn gedrag en welbevinden negatief beïnvloedt. De school adviseert plaatsing in het speciaal basisonderwijs waar intensievere begeleiding mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verwijderingsbesluit een discretionaire bevoegdheid betreft die terughoudend wordt getoetst. Gezien het dossier en de inspanningen van de school acht de rechter het besluit redelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de verwijdering blijft gelden en de verantwoordelijkheid voor het vinden van een nieuwe school bij verzoekster ligt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verwijderingsbesluit van de leerling wordt afgewezen.