Verzoekers hebben op 11 december 2018 een verzoek ingediend bij de korpschef van politie tot aanpassing van hun werkplek, in feite een aangepast vervoermiddel geschikt voor hun lengte. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelden verzoekers de korpschef op 30 juli 2019 in gebreke en dienden op 1 november 2019 beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
Verweerder stelde dat er op 23 juli 2019 mondeling was besloten het verzoek af te wijzen, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat het eerste primaire besluit schriftelijk op 18 december 2019 is genomen. Verzoekers trokken daarop hun beroep in, maar verzochten de rechtbank uitspraak te doen over de proceskosten.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers ad € 534,- en tot vergoeding van het tweemaal betaalde griffierecht. De beslissing is gebaseerd op het feit dat verweerder niet tijdig heeft beslist en het mondelinge besluit niet aannemelijk kon maken.