Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen
[naam winkel], te [vestigingsplaats] , eiser
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vroeg om een omgevingsvergunning voor het planologisch wijzigen van het gebruik van een pand naar detailhandel. Verweerder wees de aanvraag af omdat detailhandel niet is toegestaan binnen het bestemmingsplan ‘Lombok e.o.’ en het plan in strijd is met de buurtvisie die concentratie van winkels aan de oostkant van de straat nastreeft.
Eiser beriep zich op vrijstellingsmogelijkheden in het bestemmingsplan, maar trok een belangrijk beroep op artikel 14 in Pro tijdens de zitting in. De rechtbank oordeelde dat de overige vrijstellingsmogelijkheden niet van toepassing waren. Verweerder mocht de buurtvisie, die door gemeente is geaccepteerd, betrekken bij de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank vond dat verweerder de belangen voldoende had afgewogen en dat de bijzondere omstandigheden van eiser, zoals het huurcontract en financiële situatie, voor eigen risico waren. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere panden een andere bestemming hebben. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning geweigerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor detailhandel wordt ongegrond verklaard.