ECLI:NL:RBMNE:2021:2188

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
26 mei 2021
Zaaknummer
20/3223
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet volledig betaald griffierecht

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Huizen, maar heeft het griffierecht van €354,- niet volledig betaald. Hoewel eiseres via haar gemachtigde meerdere malen een beroep op betalingsonmacht deed en om uitstel vroeg, heeft de rechtbank dit niet geaccepteerd wegens onvoldoende onderbouwing van de financiële positie van eiseres.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen aangemaand om het griffierecht binnen vier weken te voldoen, maar slechts €48,- is betaald. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Eiseres krijgt geen gelijk en ook geen vergoeding van proceskosten. Omdat een deel van het griffierecht wel is betaald, zal dit gedeeltelijk worden terugbetaald. De rechtbank heeft geen inhoudelijke behandeling van het beroep verricht vanwege de niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet volledige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3233

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Huizen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 9 maart 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet volledig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 354,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) of niet volledig wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. Bij brief van 10 november 2020 is door de gemachtigde een beroep op betalingsonmacht gedaan en verzocht om uitstel van het betalen van griffierecht. De rechtbank heeft gevraagd om dit verzoek nader te onderbouwen, waar hij bij brief
9 november 2020 op heeft gereageerd. Ter onderbouwing hiervan heeft hij verschillende brieven van rechtbanken en een draagkrachtverklaring van zijn vennootschap [bedrijf]. overlegd. Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank terecht bij brief van 12 januari 2021 afgewezen. Aangezien gemachtigde namens [eiseres] beroep heeft ingesteld, is de financiële positie van deze rechtspersoon van belang. Een onderbouwing daarvan is achterwege gebleven.
5. Vervolgens heeft de rechtbank gemachtigde op 14 januari 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat het griffierecht binnen vier weken betaald moet worden aan de rechtbank.
6. De gemachtigde heeft bij brief van 15 januari 2021 wederom een beroep gedaan op betalingsonmacht en verzocht om uitstel van het betalen van griffierecht. De brief was nagenoeg identiek aan de brief van 10 november 2020, zodat de rechtbank kan volstaan met een verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen.
7. Eiseres heeft € 48,- aan de rechtbank betaald. Dat is niet het geheel verschuldigde bedrag. Eiseres heeft dus niet het gehele bedrag aan griffierecht op tijd betaald. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
9. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
10. Omdat eiseres het griffierecht gedeeltelijk heeft betaald, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 29 april 2021 en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.