Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 25 januari 2021, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om te oordelen over een klacht tegen de GGZ Klachtencommissie Patiënten en Naasten Utrecht. De rechtbank oordeelde destijds dat de GGZ geen bestuursorgaan is en geen publiekrechtelijke bevoegdheden bezit, waardoor er geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
Opposant stelde dat hij wel in beroep kon gaan bij de bestuursrechter, maar de rechtbank handhaaft haar eerdere oordeel. De rechtbank benadrukt dat opposant vrij staat een procedure te starten bij de Geschillencommissie Wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz), zoals ook in de brief van 17 november 2020 is vermeld.
De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van 25 januari 2021 in stand gelaten. Er is geen sprake van een vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.