ECLI:NL:RBMNE:2021:2228
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet en afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens intimiderend gedrag
Een werkneemster is op staande voet ontslagen wegens intimiderend gedrag tegenover collega’s. De werkgever baseerde het ontslag op meerdere incidenten, maar heeft onvoldoende concreet gemaakt welke incidenten precies de ontslaggrond vormden.
De kantonrechter oordeelt dat slechts het conflict op 21 januari 2021 als ontslaggrond kan gelden, maar dat dit incident geen dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. Daarbij wordt meegewogen dat de werkneemster al meer dan 22 jaar in dienst is en haar persoonlijke omstandigheden zwaar wegen.
Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de werkgever niet heeft onderzocht hoe toekomstige incidenten kunnen worden voorkomen en geen concrete hulp heeft geboden. De arbeidsovereenkomst blijft daardoor bestaan.
De werkgever wordt veroordeeld om de werkneemster binnen 14 dagen weer toe te laten tot het werk en het loon inclusief toeslagen vanaf de ontslagdatum tot en met april 2021 te betalen, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. Tevens worden proceskosten toegewezen aan de werkneemster.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en het verzoek tot ontbinding afgewezen; werkgever moet werknemer weer toelaten en loon betalen.