De erven van wijlen de heer A vorderen een aanvullende transitievergoeding en een billijke vergoeding van zijn voormalige werkgever, nadat A door arbeidsongeschiktheid zijn arbeidsduur structureel en substantieel had verminderd van 36 naar 12 uur per week. De werkgever had bij beëindiging van het dienstverband een transitievergoeding uitgekeerd op basis van de 12-urige werkweek.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Hoge Raad-beschikking (ECLI:NL:HR:2018:1617) bij een substantiële en structurele vermindering van de arbeidsduur door arbeidsongeschiktheid een evenredige transitievergoeding verschuldigd is. Dit is hier het geval, zodat de vordering tot het restant van de transitievergoeding van € 33.478,40 wordt toegewezen met wettelijke rente.
Het verzoek tot billijke vergoeding wordt afgewezen omdat dit verzoek niet tijdig is ingediend binnen de wettelijke vervaltermijn van twee maanden na het einde van het dienstverband. De kantonrechter veroordeelt de werkgever verder tot betaling van proceskosten en verstrekking van een bruto-/nettospecificatie.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de nieuwe regeling voor gedeeltelijke transitievergoeding bij blijvende arbeidsongeschiktheid en benadrukt het belang van tijdige indiening van verzoeken tot billijke vergoeding.