ECLI:NL:RBMNE:2021:2281
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing beëindiging maatschappelijke opvang wegens rechtmatig verblijf
Verzoeker, die sinds april 2020 maatschappelijke opvang ontvangt op grond van de Wmo 2015, werd geconfronteerd met besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Almere om deze opvang te beëindigen wegens vermeend ontbreken van rechtmatig verblijf.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker op grond van een verblijfsaanvraag als verzorgende ouder rechtmatig in Nederland verblijft, zoals blijkt uit een brief van de IND van 3 mei 2021. De rechtbank wijst de stelling van verweerder dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft voorlopig af en schorst de besluiten die de opvang beëindigen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de Wmo-opvang gedurende deze periode moet worden voortgezet en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. De uitspraak is definitief en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: De besluiten tot beëindiging van de Wmo-opvang worden geschorst en de opvang moet worden voortgezet tot zes weken na de beslissing op bezwaar.