ECLI:NL:RBMNE:2021:229
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens strijdig gebruik bestemmingsplan
Verzoekster, een bedrijf, maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom van de gemeente Almere wegens het gebruik van een pand voor zalenverhuur van feesten en partijen, wat in strijd is met het bestemmingsplan sinds 9 januari 2019. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen tot de bezwaarprocedure is afgerond.
De voorzieningenrechter overwoog dat het uitgangspunt van de Awb is dat bezwaar geen opschortende werking heeft, tenzij er onverwijlde spoed is. Verzoekster stelde dat zij door het besluit haar activiteiten moet staken, wat haar omzet schaadt, en dat de coronamaatregelen tijdelijk feesten verbieden, maar zij hoopt op versoepeling.
De rechtbank stelde vast dat de voorlopige bestemming voor zalenverhuur was verlopen en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Verzoekster voerde aan dat handhaving onevenredig is en dat zij een oplossing heeft voor parkeereisen, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg staan. Verweerder had bovendien geen zicht op legalisatie en meldingen van geluidsoverlast speelden mee.
Ook het argument dat de last geen begunstigingstermijn bevat voor religieuze bijeenkomsten werd verworpen, omdat de last daar niet op ziet. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat handhaving tegen andere gevallen nog wordt onderzocht. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit voorlopig in stand blijft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen en het besluit blijft in stand.