Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres ontving een uitwonendenbeurs studiefinanciering en stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP). Verweerder stelde na een huisbezoek vast dat eiseres niet op dit adres woonde en trok de uitwonendenbeurs per mei 2019 in. Eiseres betwistte dit en stelde dat het onderzoek onvolledig was en zij wel op het adres woonde.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor het niet-wonen op het ingeschreven adres bij verweerder ligt. Verweerder heeft een rapportage overgelegd waaruit blijkt dat eiseres niet thuis werd aangetroffen, geen persoonlijke spullen op het adres had en geen huissleutel bezat. Eiseres heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit te weerleggen.
Op grond van de Wet studiefinanciering 2000 is het recht op uitwonendenbeurs afhankelijk van het daadwerkelijk wonen op het ingeschreven adres. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard en het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet op het ingeschreven adres woont.