Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
voertuig 2(
de rechtbank begrijpt: de auto waarin getuige [getuige 1] reed), op rijstrook 1. De bestuurder van een bedrijfsauto Ford Transit custom met kenteken [kenteken] , hierna te noemen
voertuig 3(
de rechtbank begrijpt: de auto waarin verdachte reed)haalde voertuig 2 rechts in. Op rijstrook 1 remde het verkeer af omdat zij de turborotonde naderde. Een bedrijfsauto Fiat Talento met kenteken [kenteken] , hierna
voertuig 5(
de rechtbank begrijpt: de auto waarin getuige [getuige 2] reed), reed achter een Skoda Fabia met kenteken [kenteken] , hierna
voertuig 1(
de rechtbank begrijpt: de auto waarin getuige [getuige 3] reed). De Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , hierna
voertuig 4(
de rechtbank begrijpt: de auto waarin slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reden)reed achter voertuig 5 op rijstrook 1. De bestuurder van voertuig 3 heeft zijn voertuig richting rijstrook 1 gestuurd en is met zijn voorzijde tegen de achterzijde van voertuig 4 gebotst. Voertuig 4 is als gevolg hiervan met de voorzijde tegen de geleiderail gebotst. Voertuig 3 is vervolgens met zijn voorzijde tegen de achterzijde van voertuig 5 gebotst, waardoor voertuig 5 met de voorzijde tegen de achterzijde van voertuig 1 is gebotst.
;
veel waarschijnlijkeronder een hypothese dat er een causaal verband is tussen het ongeval en het optreden van de verschijnselen, dan dat er geen causaal verband is tussen het ongeval en het optreden van de verschijnselen. [8]
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )zat naast mij in de auto. Ik weet nog dat ik de Gooischeweg ben opgedraaid maar verder ben ik het helemaal kwijt. Ik ben door de ambulance naar het UMC gebracht. Daar bleek ik een hoofdwond te hebben op mijn achterhoofd die is gehecht en een hersenschudding. [10]
5.BEWEZENVERKLARING
waardoor anderen zwaar lichamelijk letsel, te weten de bestuurder en passagier van die Volkswagen Polo,
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
daarvoor is gebotst.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c van het Wetboek van Strafrecht en
- 5a, 6, 8, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;