ECLI:NL:RBMNE:2021:2323

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2021
Publicatiedatum
2 juni 2021
Zaaknummer
UTR 20/4781
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht tegen besluit gemeente Zeewolde

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde, maar heeft het griffierecht van €354,- niet op tijd betaald. De rechtbank heeft eiseres hierop meerdere malen gewezen, waaronder via aangetekende brieven op 10 januari, 18 februari en 21 februari 2021, waarin zij werd verzocht het griffierecht alsnog binnen twee weken te voldoen.

Ondanks deze aanmaningen heeft eiseres het griffierecht niet betaald en geen geldige reden gegeven voor deze nalatigheid. Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 11 maart 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (op tijd) betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20 / 4781

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats 1] , eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde,

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende] , te [vestigingsplaats 2] .

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
17 november 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 354,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 10 januari 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Per abuis is op deze brief echter een verkeerd bedrag genoemd. Bij brief van 18 februari 2021 is eiseres hiervan op de hoogte gesteld waarbij is aangegeven dat er een nieuwe nota verzonden zal worden. Bij aangetekende brief van 21 februari 2021 is eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het griffierecht te betalen.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.