Eiser heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning. De aanvraag werd op 19 juni 2020 ingediend, terwijl de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht uiterlijk op 18 december 2020 had moeten verlopen. Verweerder heeft geen besluit genomen en ook geen verlenging van de termijn aangevraagd.
Eiser heeft verweerder op 22 december 2020 in gebreke gesteld, waarna de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder besluit. De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht een dwangsom van €1.442,- heeft vastgesteld voor de overschrijding van de beslistermijn tot aan de datum van de dwangsombeschikking.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, een termijn die korter is dan door verweerder gevraagd vanwege de noodzakelijke terinzagelegging en raadpleging. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiser, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. Het beroep wordt derhalve gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.