Eiseres diende op 16 mei 2019 een bezwaarschrift in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes weken, dan wel twaalf weken bij aanwezigheid van een bezwaaradviescommissie, een beslissing genomen. Ondanks een ingebrekestelling op 23 juni 2020, bleef verweerder in gebreke.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn al op 24 oktober 2019 was verstreken en dat verweerder niet had gereageerd op een verzoek om stukken en een reactie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom van €1.442,- vast voor de periode van overschrijding tot aan de uitspraak. Tevens werd verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast werd een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder na de uitspraak nog in gebreke blijft, met een maximum van €15.000,-. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.