Eiser diende op 12 oktober 2020 een bezwaarschrift in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes weken, dan wel twaalf weken bij bezwaaradviescommissie, op het bezwaar beslist. Eiser stelde verweerder op 18 februari 2021 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder beslissing.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser aan de wettelijke vereisten voor beroep heeft voldaan. De rechtbank stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op €1.442,- en draagt op dat binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit wordt genomen. Voor elke dag dat de termijn daarna nog wordt overschreden, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €267,- aan eiser, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 29 april 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.