ECLI:NL:RBMNE:2021:2332

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 april 2021
Publicatiedatum
2 juni 2021
Zaaknummer
UTR 20/4437
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens vergoeding deskundigenonderzoek

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat UWV niet tijdig had beslist op haar verzoek om vergoeding van de kosten voor een deskundigenonderzoek. Nadat UWV alsnog op 22 december 2020 een beslissing nam die voldeed aan het verzoek van verzoekster, trok zij haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overweegt dat UWV niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de proceskosten vast op € 267,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil.

Daarnaast moet UWV het griffierecht aan verzoekster betalen. De rechtbank veroordeelt UWV tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 19 april 2021.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot betaling van € 267,- aan proceskosten en het griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4437

uitspraak van de / enkelvoudige kamer van 19 april 2021 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,

(gemachtigde: mr. K. de Bie),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 26 oktober 2020 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan omdat verweerder geen beslissing heeft genomen over de verzochte vergoeding van de kosten voor een deskundigenonderzoek van [A]. Op 22 december 2020 heeft verweerder alsnog beslist op de verzochte vergoeding. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vaststelling van de vergoeding van de kosten voor een deskundigenonderzoek wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 19 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.