ECLI:NL:RBMNE:2021:2340

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2021
Publicatiedatum
2 juni 2021
Zaaknummer
UTR 21/304
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 26 Invorderingswet 1990Art. 30 Invorderingswet 1990Art. 49 Invorderingswet 1990Art. 62a Invorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen kwijtscheldingsbesluit Invorderingswet

Eiser heeft bij de invorderingsambtenaar verzocht om kwijtschelding van meerdere aanslagen. Deze verzoeken zijn afgewezen en de administratieve beroepen van eiser tegen deze afwijzingen zijn eveneens afgewezen door de heffingsambtenaar. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de bestuursrechter van de rechtbank Midden-Nederland.

De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep kan worden ingesteld tegen bestuursrechtelijke besluiten, maar dat de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bepaalt dat tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990 geen beroep mogelijk is, behalve voor besluiten op grond van artikelen 30, 49 of 62a van die wet.

De bestreden uitspraken zijn genomen op grond van artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, en vallen daarmee niet onder de uitzonderingen waarvoor beroep mogelijk is. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het gerechtshof Amsterdam ter onderbouwing. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om het beroep te behandelen en verklaart de rechtbank zich onbevoegd. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald, maar een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van kwijtschelding en betaalt het griffierecht terug.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/304

1.a

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2021 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraken van verweerder van
9 januari 2021 en 11 januari 2021 op zijn administratief beroep (de bestreden uitspraken).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft de invorderingsambtenaar gevraagd om kwijtschelding van de aan hem opgelegde aanslagen met aanslagnummers [aanslagnummer 1], [aanslagnummer 2], [aanslagnummer 3] en [aanslagnummer 4]. De invorderingsambtenaar heeft de verzoeken om kwijtschelding afgewezen. Met de bestreden uitspraken heeft verweerder de door eiser ingestelde administratieve beroepen afgewezen.
3. Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. In de Awb staat ook dat tegen een aantal besluiten geen beroep kan worden ingesteld. Het gaat dan om besluiten die in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (de Bevoegdheidsregeling) worden genoemd. In deze Bevoegdheidsregeling staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 of 62a. Met andere woorden: er kan alleen tegen beslissingen op grond van artikelen 30, 49 of 62a van de Invorderingswet 1990 beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.
4. De bestreden uitspraken van 9 januari 2021 en 11 januari 2021, waarmee eiser het niet eens is, zijn genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en de artikelen 7, eerste lid en 25 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Dat is in overeenstemming met artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet. In dat artikel van de Gemeentewet staat namelijk dat de regels die gelden voor artikel 26 Invorderingswet Pro 1990 ook op het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van toepassing zijn. Die regels zijn in een ministeriële regeling opgesteld door onze Minister van Financiën. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5417).
5. Kort samengevat komt dit erop neer dat tegen de bestreden uitspraken van verweerder geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. Eiser kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter instellen op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze indien hij vindt dat verweerder zijn verzoek om kwijtschelding ten onrechte heeft afgewezen.
6. Dit betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om op het beroep van eiser te beslissen. De bestuursrechter van de rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
7. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, zal het door eiser betaalde griffierecht worden terugbetaald. Voor een proceskosten vergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De (bestuursrechter van de) rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.