Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
(hierna te noemen: verdachte).
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal aangiftegedaan en heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:
proces-verbaal van het verhoor van getuige [getuige]op 25 mei 2019:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 21 mei 2021, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en
- 179a Wegenverkeerswet;
10.BESLISSING
60 (zestig) uren;
4 (vier) maanden;
2 (twee) jarenvast;