Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[opposant] , te [woonplaats] , opposant,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Midden-Nederland
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 6 november 2020, waarin zijn beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oudewater van 6 mei 2020 niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het verzet behandeld via een Skype-zitting op 20 mei 2021, waarbij opposant is verschenen en mr. S. de Rijke namens verweerder. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die de eerdere uitspraak zouden kunnen wijzigen.
Opposant stelde dat de intrekking van de omgevingsvergunning aan een pluimveebedrijf op het adres te [woonplaats] met opzet en op aanwijzing van verweerder heeft plaatsgevonden, waardoor verweerder aansprakelijk zou zijn voor gemaakte kosten. De rechtbank oordeelde dat deze stelling niet met bewijs is onderbouwd en dat de intrekking op verzoek van de vergunninghouder is gebeurd.
Op grond van artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht komen kosten alleen voor vergoeding in aanmerking indien sprake is van aan verweerder te verwijten onrechtmatigheid bij herroeping van de vergunning, hetgeen hier niet het geval is. De uitspraak van 6 november 2020 blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is mondeling gedaan en openbaar gemaakt op 20 mei 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.