ECLI:NL:RBMNE:2021:2393
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na bedrijfsverkeersongeval niet onterecht
Eiser, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek na een bedrijfsverkeersongeval met dodelijke afloop voor de tegenpartij. Na diverse behandelingen en een mislukte re-integratie ontving hij vanaf juli 2019 een Ziektewetuitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 22 december 2019 op grond dat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Eiser voerde aan dat de medische beoordeling onjuist was vanwege onderschatte beperkingen, waaronder concentratieproblemen, rugklachten en een lui oog. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter het eerdere oordeel na een uitgebreide anamnese en motivering, waarbij de beperkingen passend werden geacht. De rechtbank vond geen aanleiding om aan deze medische beoordeling te twijfelen.
Ook de arbeidskundige beoordeling, die stelde dat eiser in staat was drie geduide functies te verrichten, werd door de rechtbank gevolgd. Eiser trok enkele beroepsgronden in en bracht geen nieuwe argumenten tegen het arbeidskundig rapport in. De rechtbank concludeerde dat de Ziektewetuitkering terecht was beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.