De zaak betreft het beroep van opposante tegen een besluit van de gemeente Nieuwegein van 9 januari 2020. De rechtbank had eerder het beroep ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het besluit van 2 juli 2019 was ingetrokken. Opposante ging in verzet tegen deze uitspraak.
De rechtbank beoordeelt of het eerdere oordeel over het ontbreken van procesbelang terecht was. Opposante stelt dat zij wel procesbelang heeft, mede vanwege de kosten en schade die zij heeft geleden. Tevens is het besluit ingetrokken en niet herroepen, waardoor het belang bij een inhoudelijke beoordeling blijft bestaan.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om proceskostenveroordeling in bezwaar het procesbelang niet heeft doen vervallen en dat verweerder ten onrechte niet op dit verzoek heeft beslist. Het beroep is ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard, het verzet is gegrond en de rechtbank doet tevens uitspraak op het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 9 januari 2020 en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van opposante en moet het griffierecht terugbetalen.