ECLI:NL:RBMNE:2021:2402

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 mei 2021
Publicatiedatum
8 juni 2021
Zaaknummer
20/3728
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand wegens duurzaam gescheiden leven

Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor twee nota’s van in totaal €296,- voor de eigen bijdrage rechtsbijstand. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres volgens hem niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot en daardoor niet als zelfstandig bijstandsgerechtigde kan worden beschouwd.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat het motiveringsgebrek van verweerder niet kan worden hersteld en dat eiseres haar recht op bijstand behoudt. Gezien deze overwegingen vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en herroept het primaire besluit.

De rechtbank besluit zelf in de zaak te voorzien en kent eiseres de gevraagde bijzondere bijstand toe. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van €2.136,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De rechtbank kent bijzondere bijstand toe voor de eigen bijdrage rechtsbijstand en vernietigt het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3728

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. F. Boukich),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigde: W. van Beveren).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor twee nota’s voor de eigen bijdrage rechtsbijstand afgewezen.
Bij besluit van 29 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2021, tezamen met de zaken
UTR 20/3574, UTR 20/3149, UTR 20/3975, UTR 20/3591 en UTR 21/324. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres heeft op 12 mei 2020 bijzondere bijstand gevraagd voor twee nota’s van € 148,- voor de eigen bijdrage rechtsbijstand.
2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot en dat zij daarom niet als een zelfstandig subject van bijstand kan worden aangemerkt. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
3. In de uitspraak van vandaag in de zaak UTR 20/3149 heeft de rechtbank geoordeeld dat de intrekking en terugvordering van het recht op bijstand niet in stand kan blijven omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat eiseres haar recht op bijstand behoudt. De rechtbank verwijst naar de overwegingen in de uitspraak UTR 20/3149.
4. Gelet op het voorgaande kan het bestreden besluit in deze zaak evenmin stand houden.
Gelet hierop is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder de gelegenheid te bieden het motiveringsgebrek te herstellen. Daartoe schieten de resultaten van het onderzoek van verweerder te kort. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank herroept het primaire besluit. Dit betekent dat aan eiseres bijzondere bijstand moet worden toegekend voor de twee nota’s van totaal € 296,- (2x € 148,-) voor de eigen bijdrage rechtsbijstand.
5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.
6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.136,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting, 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit en bepaalt dat aan eiseres bijzondere bijstand moet worden toegekend voor de eigen bijdrage voor rechtsbijstand van totaal € 296,- en dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 2.136,-;
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.