ECLI:NL:RBMNE:2021:2413

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 april 2021
Publicatiedatum
8 juni 2021
Zaaknummer
UTR 21/1278
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit met bezwaarprocedure

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de schorsing van haar inschrijving als verpleegkundige in het BIG-register, zoals opgelegd in het besluit van 17 maart 2021. De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen lopende bezwaar- of administratief-beroepsprocedure is tegen dit primaire besluit, wat een vereiste is voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening volgens artikel 8:81 van Pro de Awb.

De procedure UTR 20/3498 die verzoekster aanvoert betreft een ander geschil, namelijk een verzoek op grond van de AVG, en is daarom niet connex met het primaire besluit waartegen de voorlopige voorziening is gevraagd. Hierdoor kan geen schorsing van het primaire besluit worden bevolen.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 april 2021 door mr. L.M. Reijnierse.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit met een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1278

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster.

en

de Minister voor Medische Zorg, verweerder(gemachtigde: mr. S.J.D. Eillyas).

Procesverloop

In het besluit van 17 maart 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de opgelegde schorsing van de inschrijving als voorlopige voorziening in het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) per 15 februari 2021 aangetekend voor het beroep van eiseres als verpleegkundige.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In het verzoek om voorlopige voorziening verwijst verzoekster naar het primaire besluit. De voorzieningenrechter stelt vast dat tegen dat besluit geen bezwaar- of administratief-beroepsprocedure loopt. Dat is wel noodzakelijk. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Een verzoek om een voorlopige voorziening kan op grond van het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste worden ingediend hangende het bezwaar tegen een primair besluit of hangende het beroep (bij de rechtbank) tegen een beslissing op bezwaar. Van schorsing van het primaire besluit totdat uitspraak is gedaan door de rechtbank in de procedure
UTR 20/3498 kan daarom geen sprake zijn. Die procedure gaat over een ander geschil, namelijk over een verzoek op grond van de AVG. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is uitgesproken op 26 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.