ECLI:NL:RBMNE:2021:2413
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit met bezwaarprocedure
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de schorsing van haar inschrijving als verpleegkundige in het BIG-register, zoals opgelegd in het besluit van 17 maart 2021. De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen lopende bezwaar- of administratief-beroepsprocedure is tegen dit primaire besluit, wat een vereiste is voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening volgens artikel 8:81 van Pro de Awb.
De procedure UTR 20/3498 die verzoekster aanvoert betreft een ander geschil, namelijk een verzoek op grond van de AVG, en is daarom niet connex met het primaire besluit waartegen de voorlopige voorziening is gevraagd. Hierdoor kan geen schorsing van het primaire besluit worden bevolen.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 april 2021 door mr. L.M. Reijnierse.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit met een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.