Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
op dit moment gedetineerd in de Rijks Justitiële Jeugdinrichting Den Hey-Acker te Breda.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
: feit 9)
: feit 10)
: feit 11)
: feit 12)
: feit 13)
: feit 14)
16/321385-20en
16/051996-21ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1 tot en met 8 en de feiten 9 tot en met 14.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
social media. De verdere feitelijke gang van zaken en een mogelijke betrokkenheid van verdachte hierbij kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld.
social mediagestuurd door iemand met de naam ‘ [naam] ’, maar verdachte ontkent dat hij dit was. Uit het dossier blijkt ook niet dat het daadwerkelijk verdachte was die de berichten heeft verstuurd. Daar komt bij dat uit de berichten niet kan worden opgemaakt dat aangeefster of een vriend van haar is gedwongen tot het betalen van
€ 100,- omdat anders voornoemde video zou worden verspreid. Evenmin volgt uit die berichten dat tegen aangeefster is gezegd dat zij geen aangifte moet doen en/of geen grote mond moet geven tegen verdachte, omdat hij de video anders zou verspreiden. [slachtoffer 3] heeft weliswaar verklaard dat zij de betreffende video heeft ontvangen, maar kan niet met zekerheid zeggen dat zij dit van verdachte heeft gekregen. Ook blijkt uit haar verklaring niet dat zij uit eigen waarneming heeft vernomen dat een vriend van [slachtoffer 2] € 100,- heeft betaald voor het verwijderen van de video en/of dat [slachtoffer 2] door verdachte is verteld dat zij geen aangifte moest doen en/of een grote mond moest geven. Aangezien verdachte het tenlastegelegde ontkent, resteert dan enkel de aangifte van [slachtoffer 2] en dat is volgens de wet onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 10 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.
social media. De verdere feitelijke gang van zaken en een mogelijke betrokkenheid van verdachte hierbij kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld. Er zijn berichten op
social mediagestuurd door iemand met de naam ‘ [naam] ’, maar verdachte ontkent dat hij dit was. Uit het dossier blijkt ook niet dat het daadwerkelijk verdachte was die de berichten heeft verstuurd. Daar komt bij dat uit de berichten niet volgt dat aangeefster geen aangifte moest doen en/of niet stoer moest doen, omdat anders voornoemde video zou worden verspreid. Aangezien verdachte het tenlastegelegde ontkent, resteert alleen de aangifte van [slachtoffer 3] en dat enkele bewijsmiddel is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 13 tenlastegelegde.
gelet op de datum van het verhoor begrijpt de rechtbank: 9 december 2020)gebeurd. [2] [medeverdachte 1] stuurde mij een chatbericht via Snapchat om mij uit te nodigen om te komen eten. Ik ging daarheen. Toen ik in de woning kwam deed [medeverdachte 1] de achterdeur op slot en dat vond ik eigenlijk wel vreemd. We waren in de woonkamer toen ik geluiden hoorde komen uit een andere kamer. Ik dacht wat is dit nou weer en toen kwamen die andere 2 jongens dus tevoorschijn. [3] [verdachte] begon grapjes te maken en mij bang te maken. Echt naar mij gericht en zomaar uit het niets. Hij was een beetje agressief. En toen ineens tilde hij mij op. Hij pakte mij aan mijn jas boven bij mijn borst vast. [4] Ik was bang dat ze mij in elkaar zouden slaan. Hij kwam ook zo dichtbij en trok zijn vuist op alsof hij mij een vuistslag wilde geven. En toen ging het over mijn telefoon en die moest ik geven aan [verdachte] . Hij pakte gewoon mijn telefoon uit mijn zak. Ik probeerde dat nog te voorkomen en hield hem ook vast. Ineens zei [verdachte] dat ik iemand moest pijpen en dat ik dan mijn telefoon terug zou krijgen. Dat zei hij een paar keer. Ik zei ik kies [medeverdachte 1] dan. Eerst zei ik nog een paar keer dat ik het niet wilde doen maar uiteindelijk deed ik het toch uit angst. [verdachte] en die onbekende jongen stonden op en deden alsof ze weg gingen rennen met mijn telefoon. Eigenlijk staat alles op die telefoon dus ik wilde die telefoon niet kwijt. Dus toen deed ik het maar. [medeverdachte 1] deed zijn knoopje los en deed de broek een beetje losser en naar beneden. [5] Ik ben op mijn knieën gaan zitten. Dat deed ik uit mijzelf. Ik luisterde maar gewoon. Je weet maar nooit, straks ben je dood. Terwijl ik het niet eens wilde. Eerst had ik zijn piemel vast met mijn hand. [medeverdachte 1] hielp mij daarbij. Hij bracht mijn hand bij zijn piemel. Toen ging ik er met mijn mond naar toe. Die andere 2 jongens stonden ook steeds toe te kijken.
gelet op de datum van het verhoor begrijpt de rechtbank: 12 mei 2020)uit? [15]
Kort haar.
Getinte huidkleur.
Hij is ongeveer 155 centimeter lang.
15jaaroud.
Zwart Adidas pak met 2 strepen. Die liepen over zijn mouwen en zijn lichaam, bij de broek liep het ook door.
Hij had een zwart schoudertasje om.
Zwarte New York Yankee pet.
Soort: steekwond
Het letsel past zeer goed bij de gemelde toedracht. [29]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 mei 2021;
- een proces-verbaal van bevindingen;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
social mediavan een video met een onmiskenbare seksuele strekking van [slachtoffer 3] . Zij had hiervoor geen toestemming gegeven en was op het moment van het verspreiden van de video slechts 15 jaar oud. Ook heeft verdachte haar bedreigd en heeft hij samen met een ander de AirPods die het slachtoffer op dat moment in haar bezit had, gestolen. Verdachte heeft met zijn handelen de door het slachtoffer aangegeven grenzen volledig genegeerd en geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn handelen voor haar. Uit de aangifte van het slachtoffer blijkt ook dat zij heel bang is (geweest) voor verdachte. Verdachte heeft ook nog bedreigd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zo’n ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het jonge slachtoffer.
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
jeugddetentievan
7 maanden;
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
niet zal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast, op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.285,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 10] geheel toe tot een bedrag van € 60,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 10] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 10] aan de Staat € 60,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met nul (0) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;